De Lage Landen kunnen de wereld helpen met kernenergie

Geschreven door Maarten Boudry – Filosoof en auteur.

Kunnen we onze klimaatdoelstellingen halen zonder kernenergie? In zowel Nederland als België laait het debat hoog op. Atoomstroom was lang niet geliefd in de klimaatbeweging, maar daar komt stilaan verandering in. In een nieuwe rapport beveelt het Joint Research Centre van de Europese Commissie kernenergie aan als groen en milieuvriendelijk. In een nieuw rapport schrijft UNECE – een orgaan van de VN – dat kernenergie ‘onmisbaar’ is voor duurzame ontwikkeling. Dat is geen wonder: kerncentrales produceren enorme hoeveelheden schone stroom, zonder milieuvervuiling en zonder broeikasgassen.

Steeds meer rijpt ook het inzicht: met zon en wind alleen redden we het niet, zeker niet in de Lage Landen. In de eerste plaats nemen windmolens en zonnepanelen honderden keren meer ruimte in beslag dan kerncentrales. Dat is niet evident in dichtbevolkte landjes met veel buurtprotest en weinig overblijvende natuur. En ook de Noordzee is niet eindeloos groot. Het tweede probleem is welbekend: hernieuwbare energie schikt zich enkel naar de grillen van de weergoden, niet naar de stroomvraag van de verbruiker. Als het niet of weinig waait, vallen alle windmolens tezelfdertijd stil. Wil je dan niet zonder stroom vallen, dan moet je ofwel heel veel extra windmolens bouwen, ofwel een zwik gascentrales als back-up. Als het wél eens stevig waait, zit je met het omgekeerde probleem. Dan krijg je overbelasting van het net en waardeloze stroom die niemand wil. De ideale aanvulling voor dichtbevolkte landjes is daarom kernenergie. Niet alleen trekken kerncentrales zich niets aan van de weergoden, ze nemen ook slechts een minuscuul oppervlakte in beslag. Hernieuwbaar en nucleair hoeven elkaar niet uit te sluiten, maar juist aanvullen. Frankrijk heeft al jaren ervaring met de regeling van atoomstroom in functie van de vraag.

Er is nog een belangrijke reden voor de Lage Landen om in kernenergie te investeren: technologische ‘spillover’. Onze uitstoot op eigen bodem is in globaal opzicht verwaarloosbaar (samen minder dan één procent). Zelfs als we vanaf morgen geen gram meer uitstoten, is dat een druppel op een hete plaat. Maar hoewel we dwergjes zijn, zijn ze wel welvarende en technologisch geavanceerde dwergjes. Dat schept bijzondere troeven. De beste manier om écht een wereldspeler te worden in de klimaattransitie, is via innovatie. Als wij hier in schone technologie investeren, kunnen we ze goedkoper en aantrekkelijker maken voor de rest van de wereld. Iemand moet het doen, want anders zullen arme landen goedkope steenkool blijven stoken. Die technologische ‘spillover’ zagen we in het verleden ook: Duitsland effende het pad voor goedkope zonnepanelen, Japan en Zuid-Korea voor moderne batterijen. Waarom de Lage Landen niet voor atoomstroom? België heeft veel expertise in huis voor recyclage en bergingstechnieken, terwijl Nederland met URENCO sterk staat in het begin van splijtstofcyclus: de verrijking van uranium.

Nieuwe kerncentrales zijn vandaag duur, omdat we verleerd zijn om ze te bouwen. Maar enkele decennia geleden was kernenergie veel goedkoper. Als we het slim aanpakken, kunnen we atoomstroom weer aantrekkelijk maken. Private spelers wachten op garanties en investeringszekerheid. En ja, we moeten kernenergie ook subsidiëren, net zoals andere groene technologieën. Met wat geluk effenen we zo de weg voor de rest van de wereld. Onze toekomstige kleinkinderen zullen ons dankbaar zijn.

Bron: Link naar het artikel van Maarten Boudry