Ga naar de inhoud

Windmolens en gezondheid: Wat de wetenschap zegt.

Je hoort ze niet, maar toch reageert je brein er op. Wetenschappers van het Max Planck instituut in Berlijn hebben ontdekt dat windmolens een stuk van ons brein activeren dat onze emoties regelt. Het onhoorbare geluid wekt gevoelens van gevaar en van angst op, in de slaap leidt het tot nachtmerries. Wetenschappers waarschuwen al jaren voor de negatieve impact van windmolens op de fysieke en mentale gezondheid en de nachtrust. Hoewel we de laagfrequente geluiden van windturbines niet horen, worden ze dus wel opgepikt door het brein.

Uit hersenscans is gebleken dat geluiden onder de gehoordrempel, toch worden opgevangen door de auditieve cortex, het deel van de hersenen waar geluidsprikkels worden verwerkt. Ook het deel dat wordt geassocieerd met emoties werd actief toen de ‘onhoorbare’ geluiden in een laboratorium werden afgespeeld.

Mensen die in de buurt van windmolens wonen klagen vaak over slaapproblemen en andere negatieve effecten. Het blijkt nu, dat die niet alleen voortkomen uit het hoorbare geluid, maar ook uit het onhoorbare geluid wat onder andere door de turbine in elke windmolen wordt gegenereerd. Er zijn dus 3 soorten hinderlijk geluid van een windmolen: het onhoorbare deel, het normaal-tonaal hoorbare deel (het swoesj geluid) en afhankelijk van de fabrikant nog eens de laag-tonaal hoorbare bromtoon. Die laatste wordt overwegend vaak met Vestas windmolens worden geassocieerd. Vestas, het huismerk van Eneco, is volgens verschillende experts te vergelijken met de Trabant onder de auto’s: ze zijn lekker goedkoop, hij doet z’n werk, is betrouwbaar en onverwoestbaar, maar er zitten wat negatieve kanten aan voor wie achter de uitlaat hangt (omwonenden). De bestuurder (Eneco) heeft er zelf geen last van. Verder naar de onderzoeken over windmolens en gezondheid. Kort gezegd kunnen we verwijzen naar het onderzoek van 2 samenwerkende universiteiten uit Michigan, waarin een analyse is gedaan van 40 jaar onderzoek naar de relaties tussen windmolens en geluk. Conclusie: er is van alles aan de hand. Dat was mede ook de aanleiding voor een Nederlandse huisarts om in het gerenommeerde blad Medisch Contact een artikel te schrijven met de titel ‘Windmolens maken wel degelijk ziek‘. Leest u vooral ook de schokkende reactie van de windlobby (NWEA) er op, vertegenwoordigd door PvdA-er Rik Harmsen. Die reageert zoals de tabaksindustrie in de jaren ’50 en de asbestindustrie in de jaren ’70 en stelt in feite dat er niets aan de hand is.

Deze reactie van de heer Harmsen is typerend voor de houding bij (lokale) overheden zoals de gemeente Houten en pro-windlobbyisten zoals Uwind en RijneEnergie. (anekdote: in Houten lopen ‘onafhankelijke’ politici rond in gesponsorde shirts van Vestas of Eneco). Dat het bagatelliseren een wereldwijd fenomeen is, blijkt ook uit onderzoek van Carl Phillips die in augustus 2011 concludeerde: “There is overwhelming evidence that wind turbines cause serious health problems in nearby residents, usually stress-disorder-type diseases, at a nontrivial rate. The bulk of the evidence takes the form of thousands of adverse event reports. There is also a small amount of systematically gathered data. The adverse event reports provide compelling evidence of the seriousness of the problems and of causation in this case because of their volume, the ease of observing exposure and outcome incidence, and case-crossover data. Proponents of turbines have sought to deny these problems by making a collection of contradictory claims including that the evidence does not “count,” the outcomes are not “real” diseases, the outcomes are the victims’ own fault, and that acoustical models cannot explain why there are health problems so the problems must not exist. These claims appeared to have swayed many nonexpert observers, though they are easily debunked. Moreover, though the failure of models to explain the observed problems does not deny the problems, it does mean that we do not know what, other than kilometers of distance, could sufficiently mitigate the effects. There has been no policy analysis that justifies imposing these effects on local residents. The attempts to deny the evidence cannot be seen as honest scientific disagreement and represent either gross incompetence or intentional bias.” Evenwel wordt in dit onderzoek ook geconcludeerd, dat er maar één wetenschappelijk bewezen middel tegen de gezondheidseffecten van windturbines bestaat, namelijk kilometers afstand. Dit wordt ook aangetoond door het onderzoek van Michael Nissenbaum, Jeffery Aramini en Christopher Hanning, die in oktober 2012 concludeerden: “Participants living within 1.4 km (red.: kilometers) of an IWT had worse sleep, were sleepier during the day, and had worse SF36 Mental Component Scores compared to those living further than 1.4 km away. Significant dose-response relationships between PSQI, ESS, SF36 Mental Component Score, and log-distance to the nearest IWT were identified after controlling for gender, age, and household clustering. The adverse event reports of sleep disturbance and ill health by those living close to IWTs are supported.” De directe negatieve invloed van windturbines op de gezondheid van omwonenden blijkt dus niet alleen uit het onderzoek van de Universiteit Utrecht naar Windpark Houten.

Uit een onderzoek dat in maart 2012 verscheen in het gerennomeerde British Medical Journal van Christopher Hanning en Alun Evans onder de naam Wind Turbine Noise, staat meer bewijs te lezen: “The impact of road, rail, and aircraft noise on sleep and daytime functioning (sleepiness and cognitive function) is well established. Shortly after wind turbines began to be erected close to housing, complaints emerged of adverse effects on health. Sleep disturbance was the main complaint. Such reports have been dismissed as being subjective and anecdotal, but experts contend that the quantity, consistency, and ubiquity of the complaints constitute epidemiological evidence of a strong link between wind turbine noise, ill health, and disruption of sleep.

En zo kunnen we nog even doorgaan. Waar het op neer komt: wie oren heeft om te horen, die hore.

Link naar artikel